motregen
hangt zich als draden
aan onze onderruggen vast
voetpaden
drijven als afgezaagde
bomen langs mijn ogen
de huid is schors
en kraakt
als de stilte die zich aan je rijgt
als niemand zwijgt
gij schoonheid
waarvan alle schoonheid
afgeleid
de straten
vervangen zich
verhangen zich
aan uw afwezigheid