Feeds:
Berichten
Reacties

Rusthuis.

lijk
door hun eigen wangen
op het gezicht
geslagen

frunniken
de mannen
aan het gemiddelde
der dagen

in de hoeken
inhaleren
doodgewone
dames
elkaars aanwezigheid


één der sigaretten
rochelt
en vat vlam

verliest de strijd
want groter dan de hel
kan die aansteker
niet zijn

Piano.

niet minder
dan mijn eigen vel
bind ik haar pezen
rond mijn huid

wandel ik
langs haar tenen
de toetsen
van een vermolmd
instrument
een uitgespeeld
temperament

niet minder
zal de stilte
van haar dijen
mij verdoven

ergens sterft een hond

glazen wanden
vervangen het weer

rondom
heeft men ooit gestapeld
holle baksteen
en stalen
ruggenwervels

de laatste spat
is opgepoetst
viert haar aftocht
onder een zacht
omwentelend kompres

de parken
worden aan de randen
uitgerekt
in het gras
ligt een veld
met druppels zweet


zweetloos
maar zichtbaar
plant zich de kilte
voort

niet langer
ontstoken
de lijnen

de aarde zwelt
tot het zoemen
van mijn ijskast

zij en ik
de betrouwbaarste vorm
van alleen zijn

de stad
is een taverne
waarvan de benen
binnenstebuiten geneukt
waarvan de tanden
gesleten
in onze tong

inderdaad
gezichten
zijn van asfalt
en prevelen
elk een ander woord

Sonnet.

misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien

misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien

toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet

toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet

Wind.

betrekkelijk goed weer
het zwerk nogmaals ongeschoren
de lucht zuigt zich vast
aan elke schoorsteen
in haar uitgedroogde schoot

met staande voet
zwalkt ze door overvolle straten
en wij
elke afzonderlijk
bijten wij haar nagels af

marionetten
van het dagelijks theater
bezingen wij de eenzaamheid
van een uitgezongen buikspreker

onleesbaar
de vergeelde pagina’s
op ons gezicht
geen enkel woord
bereikt de grond


ik hou van mensen
die ik nooit zal kennen
van benen die nog
niet in mij gelopen hebben
van de gaten in hun kousen
onzichtbaar voor het oog

ik ben radeloos verliefd
op meisjes die je niet kan ruiken
op vingerkootjes die niet buigen
op teennagels die niet hoeven
geknipt

ik meen te beminnen
elke verse druppel dauw
op het linnen van haar huid
ik hou van het stroeve proeven
van haar nieuwe naam

ik hou van mensen
die ik nooit zal schennen


Als.


als een bedelaar
die stoeptegels omdraait
op zoek naar grond
zo wil ik graven
in haar mond

als metrostations
tussen de eerste
en de laatste rit
zoveel tijd neem ik
voor haar gebit

als wanneer het regent
uit de ogen van de maan
ze slechts wil weten
waarom het land
haar lippen sluit


Complot.

In de spleten
van mijn tanden
liggen muizen
begraven

langs de kieren
van mijn handen
waaien onzichtbare
hoeren naar buiten

binnen de karkassen
van mijn ogen
tel ik niks dan
blinde mieren

uit beleefdheid
houd ik
de uitlaatgassen
van mijn adem in.

Oudere Berichten »