met kapotte knieën op een tegelvloer
wordt het visvoer
dat in haar glimlach zat
uit gans haar keel gekotst
de spataders in haar ogen
kunnen niet meer wenen
zijn niet meer bloeddoorlopen
en uit ieders zicht verdwenen
maar goed
langs haar nagels
blijkt zijn gezicht nog in de buurt
ze houdt van hem
ze danst met hem
terwijl ze met haar blote bakkes
langs de muren schuurt