Feeds:
Berichten
Reacties

Natureingang.

het land dat licht te rotten in de zon
de natuur
bedremmeld als een moeder
die haar kind begraaft
zet haar inboedel op straat
en laat haar vogels
hangen in de lucht

de bomen
onder wier gezag
niets of niemand lacht
maken krassen in de horizon

inderdaad
je bent niet al te lelijk
want krullen vallen ’s winters niet
en borsten verstuiven niet als zand

je kut geen bodemloze put
waaraan een gier zich laaft

want laven zal ik niet
jouw huid hangt als een spiegel
om een oppervlak
waarbuiten alles langzaam sterft

je ogen 20 keer verpakt
om niet te hoeven zien
mijn nietsontziend bederf

motregen
hangt zich als draden
aan onze onderruggen vast

voetpaden
drijven als afgezaagde
bomen langs mijn ogen

de huid is schors
en kraakt
als de stilte die zich aan je rijgt
als niemand zwijgt

gij schoonheid
waarvan alle schoonheid
afgeleid

de straten
vervangen zich
verhangen zich
aan uw afwezigheid

een vrouw
met twee benen
en een rug
de enige die stond

geaard
maar ver weg
in andere grond

haar blik lag
als een plaat
om haar eigen ogen
gekromd

niet  onbereikbaar
maar iemand
die zichzelf slechts in zichzelf
bevond

Rusthuis.

lijk
door hun eigen wangen
op het gezicht
geslagen

frunniken
de mannen
aan het gemiddelde
der dagen

in de hoeken
inhaleren
doodgewone
dames
elkaars aanwezigheid


één der sigaretten
rochelt
en vat vlam

verliest de strijd
want groter dan de hel
kan die aansteker
niet zijn

Piano.

niet minder
dan mijn eigen vel
bind ik haar pezen
rond mijn huid

wandel ik
langs haar tenen
de toetsen
van een vermolmd
instrument
een uitgespeeld
temperament

niet minder
zal de stilte
van haar dijen
mij verdoven

ergens sterft een hond

glazen wanden
vervangen het weer

rondom
heeft men ooit gestapeld
holle baksteen
en stalen
ruggenwervels

de laatste spat
is opgepoetst
viert haar aftocht
onder een zacht
omwentelend kompres

de parken
worden aan de randen
uitgerekt
in het gras
ligt een veld
met druppels zweet


zweetloos
maar zichtbaar
plant zich de kilte
voort

niet langer
ontstoken
de lijnen

de aarde zwelt
tot het zoemen
van mijn ijskast

zij en ik
de betrouwbaarste vorm
van alleen zijn

de stad
is een taverne
waarvan de benen
binnenstebuiten geneukt
waarvan de tanden
gesleten
in onze tong

inderdaad
gezichten
zijn van asfalt
en prevelen
elk een ander woord

Sonnet.

misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien

misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien
misschien misschien misschien

toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet

toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet
toch niet toch niet toch niet

Wind.

betrekkelijk goed weer
het zwerk nogmaals ongeschoren
de lucht zuigt zich vast
aan elke schoorsteen
in haar uitgedroogde schoot

met staande voet
zwalkt ze door overvolle straten
en wij
elke afzonderlijk
bijten wij haar nagels af

marionetten
van het dagelijks theater
bezingen wij de eenzaamheid
van een uitgezongen buikspreker

onleesbaar
de vergeelde pagina’s
op ons gezicht
geen enkel woord
bereikt de grond


Oudere Berichten »